Omgaan met religieus erfgoed

Sinds enkele jaren geleden, in 2008, met veel vertoon het Jaar van het Religieuze Erfgoed werd gehouden zijn wij ons meer dan ooit bewust van de waarde van onze Nederlandse kerkgebouwen en kerkelijke kunst. Dat is jammer. Want daardoor gaat nu alle aandacht uit naar de topstukken van ons religieuze erfgoed: kerken van bekende architecten, kerkelijke kunst met een grote K.

Neem nu onze religieuze archieven. In mijn geval: katholieke archieven. Ik heb het dan niet alleen over de archieven van bisdommen, parochies en kloosters, archieven die de kern van het kerkelijk leven weerspiegelen. De waarde daarvan lijkt niet omstreden, ook al pakt dat in de praktijk wel eens anders uit, en moeten zulke archieven gered worden van stoffige zolders of uit vochtige kelders. Het behoud ervan lijkt
evenmin in gevaar: meestal is er wel een Regionaal Historisch Centrum of een gemeentearchief dat zich over deze archieven wil ontfermen.
Zorgelijker is het gesteld met de archieven van al die maatschappelijke organisaties en instellingen die tot ver in de jaren zestig bestonden op basis van een – katholieke, protestante – religieuze overtuiging. De meeste van deze instellingen werden opgeheven, en veel van hun archieven zijn al verloren gegaan, zeker als het gaat om de plaatselijke afdelingen: van het Wit-Gele Kruis, de arbeidersorganisaties, of de afdelingen van politieke partijen.

Dwaal ik nu af? Moeten we dat allemaal wel ‘religieus’ noemen? In ieder geval stond dat in de naam en de statuten: je had de Katholieke Volkspartij (KVP), de Katholieke Radio Omroep (KRO), het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) en deKatholieke Nederlandse Boer- en Tuindersbond (KNBTB). Toch kunt u zich waarschijnlijk niet voorstellen dat alle 225 meter archief van de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond over het geloofsleven ten plattelande zou gaan. Dat is ook niet zo. Maar waarom zijn deze archieven dan toch ‘katholiek’? En de volgende vraag: als we ze ‘katholiek’ kunnen noemen, zijn ze dan ook ‘religieus erfgoed’?

In de anderhalve eeuw tussen pakweg 1800 en 1950 hebben grote emancipatiebewegingen de toon aangegeven: de katholieken, de gereformeerde ‘kleine luyden’, de arbeidersbeweging en het socialisme. Dat was niet alleen in Nederland zo, maar in heel Noordwest-Europa. De verzuiling, zoals wij die tot pakweg de jaren zestig hebben gekend, is het resultaat, of beter nog: het voertuig geweest van deze zich emanciperende bevolkingsgroepen. Want emancipatie gaat gepaard met zelforganisatie. Die emanciperende bevolkingsgroepen hadden allemaal zo hun eigen ideeën over de opbouw van een moderne, industrialiserende Nederlandse samenleving. Historici, zelfs katholieke historici, hebben een tijd lang het standpunt gehuldigd, dat de katholieken tegen die moderne samenleving waren: ze zouden anti-modern zijn: tegen het liberalisme, tegen het socialisme, tegen de tango, tegen de film, tegen gemengde huwelijken, enzovoort. Dat was waar. Maar de katholieken hadden, net als de gereformeerden, de socialisten of de vrouwenbeweging in de allereerste plaats een eigen, ander, niet liberaal of socialistisch, idee over waar het heen moest met de samenleving. De Nederlandse verzorgingsstaat is het resultaat van anderhalve eeuw strijd om het bijzonder onderwijs, de sociale kwestie, ontwikkeling van armenzorg en ziekenzorg, en dat allemaal in eigen verzuilde katholieke, gereformeerde, socialistische kring.

Dat brengt mij terug bij de waarde van religieuze archieven. Onderwijs, de sociale kwestie, drankbestrijding en politieke machtsvorming zijn in deze emancipatiebeweging de hot items geweest. Als wij het hebben over katholieke archieven, dan gebruiken wij katholiek niet in de strikte, religieuze betekenis, maar in de brede betekenis: ‘katholiek’ als de collectieve identiteit van een zich emanciperend volksdeel.

Maar rest toch de grote vraag: is het dan wel ‘religieus erfgoed’? Ja, het is religieus erfgoed. Niet omdat elke meter archief van bijvoorbeeld de KNBTB, de KVP of het NKV over geloven gaat, maar omdat het typisch tot de katholieke vorm van het christendom hoort – en dat hebben katholieken gemeen met vooral gereformeerden – dat het persoonlijke geloof en het maatschappelijk leven niet te scheiden zijn.

Religieuze archieven vinden wij op alle niveaus in onze samenleving. Kijkt u maar eens op de zolder van uw grootvader, die voorzitter was van de plaatselijke afdeling van de katholieke landarbeidersorganisatie Sint Deusdedit, en u ontdekt de strijd die zij hebben moeten voeren voor een fatsoenlijk loon. Kijkt u maar eens in de kast van de secretaris van de vroeger katholieke plaatselijke voetbalclub, en u zult zien dat er leden vertrokken omdat zij niet op zondag mochten voetballen. Daar gaat een wereld achter schuil, die alleen door zorg voor deze archieven nog te achterhalen is.

Dr. L.G.M. (Lodewijk) Winkeler

Archief