Een toepasbaar parochieel archiefschema

Een archiefschema kan voor heel wat discussie zorgen. Dat heb ik gemerkt toen men ooit bij mijn voormalige werkgever in een nieuw schema voor kloosterarchieven de klassieke onderverdeling in Stukken van algemene aard en Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen (met een onderverdeling in Organisatie en Taken) losliet. Ik constateerde het opnieuw toen ik onlangs, in opdracht van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) werkend aan een inventaris van de Nijmeegse St. Augustinusparochie, in het Nederlands Archievenblad (1983) een verslag las van een door de Rijksarchiefschool georganiseerde studiedag over de inventarisatie van kerkelijke archieven. Tijdens de studiedag introduceerde Willem Meeuwissen, docent aan de Rijksarchiefschool en gemeentearchivaris te Nijmegen, een conceptschema voor parochiearchieven, dat, zo staat te lezen, niet ‘het meest geschikte’ bleek te zijn. De aanwezigen schaarden zich daarna rond Arnold den Teuling, eveneens docent aan de archiefschool, ’om te trachten een ander, beter toepasbaar schema op te stellen’.

Waarin verschillen de parochiële archiefschema’s van Meeuwissen en Den Teuling? Als ik het goed begrijp, ordent Willem Meeuwissen de archiefstukken naar taak of functie. In zijn schema gaat hij uit van één (parochie)archief, waarbij de stukken van de pastoor, het kerkbestuur, etc. worden ondergebracht in de rubrieken Organisatie en Taken. Hij wil zo recht doen aan de omstandigheid dat tot 1 januari 1974 (toen er parochievergaderingen kwamen en parochiebesturen de plaats innamen van de kerkbesturen), de rooms-katholieke kerk strikt hiërarchisch was georganiseerd en de pastoor en het kerkbestuur niet zelf archieven vormden. ‘Als een pastoor of een kerkbestuur archief vormen, doen ze dat niet zelfstandig, maar als orgaan van het laagste organisatorische geheel dat de kerk kent: de parochie’. Meeuwissen vergelijkt het parochiearchief met een bedrijfsarchief. De organen van een bedrijf vormen niet zelf archieven, zij leveren slechts een bijdrage aan het geheel: het bedrijfsarchief.

‘De prijs voor de meest chaotische categorie archieven van instellingen of verenigingen gaat ongetwijfeld naar de parochiearchieven’, zo stelt Den Teuling optimistisch vast. Hoe de chaos te ontwaren? Den Teuling stelt een ordening voor waarbij, naar wat gebruikelijk is, wordt uitgegaan van de (parochiële) organisatie, ‘dus in hoofdzaak: pastoor – kerkbestuur – na zelfstandig worden: armbestuur – na zelfstandig worden: schoolbestuur’. Hoewel hij enige ruimte laat voor een indeling volgens welke men deze onderdelen ‘als afdelingen van één bestuur en dus als onderdelen van één archief’ zou kunnen beschouwen, kiest hij in zijn modelschema voor de onderverdeling in Archief van de pastoor, Archief van het kerkbestuur, Archief van armbestuur, etc. Het verschil is dus groot. Het schema van Meeuwissen heeft betrekking op het parochiearchief, het archiefschema van Den Teuling is een schema van de archieven van een parochie.

Bij het RAN hanteert men allerlei voorbeeldschema’s. Men kent een archiefschema voor bedrijven, verenigingen en ook voor parochiearchieven. Het schema voor parochiearchieven lijkt op dat van Den Teuling. Het parochiearchief kan meerdere archieven omvatten. Bij het maken van het schema voor het archief van de St. Augustinusparochie heb ik gebruik gemaakt van dit schema. De parochie kent diverse archiefvormers: de pastoor, het kerkbestuur, de (deel)parochieraad, het Sociaal Centrum Doddendaal, en de parochiële verenigingen. Het verenigingsmateriaal heb ik ondergebracht in de rubriek Archivalia van verenigingen. Dat is niet steeds gedaan. Tot ca.1950 voerde de pastoor, aldus opnieuw Arnold den Teuling, de administratie van veel verenigingen. Dat materiaal hoort daarom thuis in het pastoorsarchief. De discussie heeft iets opgeleverd: inderdaad, een toepasbaar parochieel archiefschema!

Archief