Kerkelijke archieven in het BHIC

 

Om te begrijpen hoe allerlei kerkelijke archieven in de collectie van het BHIC terechtgekomen zijn, moet u de ontstaansgeschiedenis van het BHIC kennen. Deze organisatie is voortgekomen uit het Rijksarchief in Noord-Brabant te ‘s-Hertogenbosch en twee streekarchieven: Langs Aa en Dommel en Brabant Noordoost. De fusie tussen deze drie instellingen vond plaats op 1 januari 2005. Ieder herbergde een aantal kerkelijke archieven, die door deze fusie bij elkaar kwamen.

We onderscheiden kortheidshalve een katholiek van een protestants deel. ‘Brabant zand en katholiek’ is immers maar zeer ten dele waar. Onze provincie bestaat voor een kwart uit klei, vooral in de noordwesthoek, en deze gronden worden door een hoofdzakelijk protestantse bevolking bewoond.

De streekarchieven die in het BHIC zijn opgegaan vormden een samenstel van lokale archieven. Daar werden dan ook kerkelijke archieven met een lokale reikwijdte beheerd: archieven van parochies en kerkelijke gemeenten. Bij het rijksarchief zijn archieven van de bovenlokale organen te verwachten: bisdommen en kerkprovincies. Het bisdom Breda, omvattende het westen van de provincie, heeft zijn archief echter overgedragen aan de gemeente Breda. Bij een overdracht aan het rijksarchief zou het archief buiten de grenzen van het bisdom geplaatst zijn. Het bisdom ’s-Hertogenbosch heeft zijn archieven zelf in beheer, hoewel er nu geen archivaris meer is en het archief voor onderzoek gesloten is. Een aantal oude archieven zijn intussen overgedragen aan het BHIC in zijn functie van rijksarchief. Een protestantse tegenhanger, de kerkprovincie Noord-Brabant en Limburg, berust wel in het BHIC. Dan zijn er nog de tussenlagen: dekenaten bij de katholieken, classes bij de hervormden. Deze kunnen zowel lokaal/regionaal als provinciaal bewaard worden. Het BHIC heeft er ook enkele van.

Kapittels, maar vooral kloosters, trekken zich qua rekrutering en goederenbezit minder aan van lokale grenzen. Kapittels zijn niet altijd aan de plaatselijke parochiekerk verbonden en hebben vaak patronaatsrechten van meer parochies. Kloosters kunnen naar believen verhuizen.
Tot zover de direct te acquireren kerkelijke archieven. De rijksarchiefcomponent van het BHIC heeft in de loop der jaren een kerkelijk archiefbestand opgebouwd als gevolg van overheidsingrijpen. Ten gevolge van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werden bezittingen van binnenlandse kerken en kloosters met hun archieven in beslag genomen. Bij de rentmeester der Geestelijke Goederen en de Nassause Domeinraad en hun ambtenaren kwamen zo delen van die kerkelijke archieven terecht. In 1798 ging de Commissie van Breda voor de goederen van de buiten de Staat gelegen geestelijke instellingen hetzelfde doen, met opnieuw veel archiefverschuivingen. Uiteindelijk belandden al deze archief in het Rijksarchief in Noord-Brabant en uiteindelijk in het BHIC.

In het begin van de negentiende eeuw werden de doop-, trouw- en begraafboeken binnen de provincie opgeëist om de Burgerlijke Stand te kunnen opzetten. Delen uit lokale kerkelijke archieven werden op deze wijze uit hun context getrokken. Inmiddels zijn ze verdeeld over de lokale en regionale archiefdiensten. Ten slotte verrijkte de grote archiefruil met België in 1953 het bestand kerkelijke archieven in hoge mate. Verscheidene kerkelijke archieven die door verdreven of gevluchte kloosterlingen over de grens in veiligheid waren gebracht en later door het Oostenrijkse regime geconfisqueerd waren, keerden door deze ruil terug.

Zo kon in het BHIC een groot bestand kerkelijke archieven ontstaan. Intussen is voor onbeheerbaar geworden kloosterarchieven een speciale instelling in het leven geroepen door de kloosters, het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven in Sint Agatha bij Cuijk. Het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in Nijmegen beheert al geruime tijd vooral persoonsarchieven van katholieke voormannen uit de laatste twee eeuwen. Al deze instellingen hebben hetzelfde doel voor ogen: ervoor zorgen dat deze archieven niet verloren gaan, zodat u en degenen die na u komen ze kunnen bestuderen.

Archief