Het wilhelmietenarchief

 

Ter gelegenheid van de viering van het 750-jarig bestaan van Huijbergen en het 160-jarig bestaan van de Broeders van Huijbergen werd op 12 juni 2014 een studiedag gehouden over het wilhelmietenklooster en over de broedercongregatie. Er waren vier sprekers, die elk een aspect belichtten. Ik vertelde die dag iets over het wilhelmietenarchief. De inhoud van mijn lezing geef ik hier in het kort weer.
De wilhelmieten ontlenen hun naam aan Wilhelmus van Malavalle (gest. 1157). Als boeteling had deze een kluis gebouwd in het dal Malavalle in het Italiaanse Toscane. Na de dood van Wilhelmus zette een groepje volgelingen zijn ascetische levenswijze voort. Zij namen de regel van Benedictus aan. De wilhelmietenorde verspreidde zich over Europa. Ten noorden van de Alpen was Porta Coeli oftewel Baseldonk in ‘s-Hertogenbosch de eerste vestiging (1244). Van hieruit stichtte men kloosters in Biervliet (1249) en Huijbergen. In 1278 vroegen Arnoud van Leuven en Elisabeth van Breda de wilhelmieten in Huijbergen een klooster te stichten. Het kreeg de naam Monasterium Beatae Mariae. In de negentiende eeuw hielden de wilhelmieten op te bestaan. Het klooster in Huijbergen was het laatste klooster van de orde. Het zou tot 1847 blijven voortbestaan. In 1847 vertrok de allerlaatste wilhelmiet, Wilhelmus van den Bergh, vanuit Huijbergen naar het cisterziënzerklooster in Bornem (België), waar hij in 1879 zou overlijden. In 1854 stelde de apostolische vicaris van Breda, mgr. van Hooijdonk, het wilhelmietenklooster in bezit van de Broeders van Huijbergen.

Het wilhelmietenarchief wordt bewaard in een kluis in het Wilhelmietenmuseum, dat gevestigd is het voormalige poortgebouw van het wilhelmietenklooster. Het archief heeft een omvang van ruim 7 meter. Het oudste stuk van het archief is een overeenkomst van 22 september 1315 volgens wel de abt van Tongerlo twee weilanden te Woensdrecht overdraagt aan het Huijbergse wilhelmieten. Het jongste stuk is gedateerd 23 december 1846: het betreft een overeenkomst tussen Wilhelmus van den Bergh en de Huijbergse pastoor Marinus de Bie. De Broeders van Huijbergen hebben altijd voor het archief gezorgd. Zij maakten onder andere toegangen op het archief en zij transcribeerden stukken. Een toegang werd gemaakt door de ‘oud-leerlingen’ die ook het boekGeschiedenis van het klooster te Huijbergen (1906) schreven. Br. Clemens van de Walle, auteur van het boek Siardus Bogaerts (1980), bewerkte de toegang van de oud-leerlingen. Br. Adri Franken maakte nadere toegangen, hij stelde lijsten samen van wilhelmieten, boerderijen, etc. Br. Julius Schrijver heeft veel transcripties gemaakt. Onlangs nog transcribeerde en vertaalde br. Salvator Mekke de Franse stukken.

Het wilhelmietenarchief is het archief van de Huijbergse wilhelmietenklooster. Maar er zijn ook archiefstukken van andere kloosters in terecht gekomen, zoals van de wilhelmietenkloosters van Den Bosch en Beveren. Andersom bevinden zich stukken van Huijbergen onder andere in het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in Den Bosch en in het Bredase Stadsarchief. Het wilhelmietenarchief bestaat vooral uit stukken die betrekking hebben op zakelijke, juridische en financiële zaken. De wilhelmieten hielden zich bezig met grondontginning. Ze bezaten pachtboerderijen. Huijbergen lag in een grensgebied, dit leidde de heel vaak tot conflicten. Andere kwesties waren bijvoorbeeld die rondom prior Petrus Borrekens, die aansluiting bij van Tongerlo wilde, en de onteigening van het klooster in de Franse tijd. In het archief treft men diverse kasboeken aan. Daaruit valt veel informatie over het dagelijks leven te halen. Men leest over betaalmiddelen, prijzen, landbouw en veeteelt, reizen, eten en drinken, feesten, etc. Stukken betreffende geestelijke zaken ontbreken veelal. Voorbeelden van stukken van persoonlijke aard zijn de professiebrieven, zoals van de bekendste Huijbergse wilhelmiet, prior Siardus Bogaerts (1610-1670).

Zowel met het intellectuele als met het materiële beheer van het wilhelmietenarchief heb ik mij tot nu toe bezig gehouden. Ik voerde de beschrijvingen in, in een databaseprogramma en ik gaf de archiefstukken een nieuw nummer. Ik scheidde ook de stukken van transcripties: de archiefstukken deed ik in zuurvrije archiefomslagen en in zuurvrije archiefdozen. We zijn echter nog niet klaar. De bestaande toegang, die meer dan 2700 beschrijvingen bevat en een onduidelijke indeling kent, voldoet niet, daarom ga ik een nieuwe inventaris van het archief maken. Wat het materiële situatie betreft: onlangs signaleerden behoudsmedewerkers van het Markiezenhof te Bergen op Zoom vormen van ernstige schade: mechanische schade (schade door gebruik), vochtschade (vervilting) en chemische schade (verzuring en, vooral, inktvraat). Vooral de constatering van inktvraat was aanleiding om ons te verdiepen in Metamorfoze, het nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed. Aan twee belangrijke criteria lijkt het wilhelmietenarchief te voldoen: er is sprake van autonoom verval en het archief is van nationaal belang. Heel misschien wordt het wilhelmietenarchief dus in het kader van het project Metamorfoze gedeeltelijk gerestaureerd en gedigitaliseerd.

Archief